ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6161
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel en bezit van heroïne, cocaïne en methadon in woning te 's-Gravenhage
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 30 augustus 2012 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van handel en bezit van verdovende middelen in zijn woning. Het onderzoek vond plaats na meldingen van overlast en drugsgebruik in de woning, wat leidde tot een politie-inval op 8 mei 2012. Verdachte erkende bezit, maar ontkende handel.
De rechtbank oordeelde dat verdachte binnen redelijke termijn de gelegenheid had gekregen om rechtsbijstand te verkrijgen, waardoor het Salduz-verweer werd verworpen. Uit verklaringen van meerdere getuigen en forensisch onderzoek bleek dat verdachte heroïne, cocaïne en methadon verhandelde en bezat. Verdachte profiteerde van de handel door het gratis gebruik van drugs.
Hoewel de officier van justitie medeplegen ten laste legde, sprak de rechtbank verdachte daarvan vrij wegens onvoldoende bewijs. De bewezenverklaring betrof handel en bezit van heroïne, cocaïne en methadon in de periode van januari tot mei 2012.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de overlast voor de buurt, het ontbreken van eerder strafblad en het reclasseringsadvies. De straf werd vastgesteld op acht maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en bijzondere voorwaarden omtrent reclassering en GGZ-begeleiding.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen de ernst van de drugshandel en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met een passende strafoplegging gericht op resocialisatie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, wegens handel en bezit van heroïne, cocaïne en methadon.