ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8164
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en bewijs in verzet tegen verstekvonnis geldlening
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzet van de man tegen een verstekvonnis van 31 mei 2006, waarin hij was veroordeeld tot betaling van een geldlening van €400.000,- aan de vrouw. De man stelde dat het vonnis ten onrechte als vonnis op tegenspraak was aangemerkt en dat hij niet tijdig bekend was met het verstekvonnis, waardoor zijn verzet tijdig en ontvankelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het vonnis inderdaad een verstekvonnis betrof en dat de man niet eerder dan op 13 februari 2012 bekend was met het vonnis, zodat zijn verzet van 6 maart 2012 tijdig was ingesteld. Er was onvoldoende bewijs van een onmiskenbare daad van bekendheid met het vonnis eerder dan die datum.
Inhoudelijk betwistte de man de geldlening en de echtheid van zijn handtekening op de overeenkomst. De vrouw mocht bewijs leveren van de geldlening en de afbetaling van €70.000,-. De procedure werd verwezen naar een rolzitting op 31 oktober 2012 voor nadere bewijsstukken en stellingen van partijen.
De rechtbank hield verdere beslissingen aan tot de rolzitting van 14 november 2012. Dit vonnis bevestigt de ontvankelijkheid van het verzet en de noodzaak van bewijslevering over de geldlening en betalingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de man ontvankelijk in zijn verzet tegen het verstekvonnis en verwijst de zaak voor bewijslevering naar een volgende rolzitting.