ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8655
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek opheffing ongewenstverklaring vreemdeling ondanks beroep op Terugkeerrichtlijn
Eiser, een vreemdeling die sinds 2001 ongewenst is verklaard, verzocht herhaaldelijk om opheffing van deze verklaring. Na eerdere afwijzingen en een ongegrond verklaard bezwaar, stelde hij beroep in tegen het besluit van 30 december 2011. Hij voerde aan dat de implementatie van de Terugkeerrichtlijn een relevante wijziging van het recht betekent, waardoor zijn ongewenstverklaring als een inreisverbod moet worden opgevat en dient te worden opgeheven.
De rechtbank overwoog dat een herhaalde aanvraag slechts kan leiden tot toetsing indien sprake is van nieuw gebleken feiten (nova) of een relevante wetswijziging. Eiser stelde onder meer dat het tijdsverloop sinds de vorige afwijzing, zijn status als staatloze Palestijn, en zijn gezinsleven nieuwe feiten zouden zijn. De rechtbank oordeelde echter dat deze elementen onvoldoende waren onderbouwd of reeds in eerdere procedures aan de orde waren gekomen.
Ten aanzien van de Terugkeerrichtlijn stelde de rechtbank vast dat hoewel deze na de eerdere afwijzing van kracht werd en in de Vreemdelingenwet is geïmplementeerd, deze wijziging voor eiser niet relevant is omdat hij sinds zijn ongewenstverklaring niet buiten Nederland is verbleven. Ook de strafbaarheid van zijn verblijf zou niet veranderen bij vervanging van de ongewenstverklaring door een inreisverbod.
Gezien het ontbreken van nova en relevante wetswijzigingen kon de rechtbank het bestreden besluit niet toetsen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.