ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9114

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
25 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 12/29347
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 Vw 2000Art. 8 onder f Vw 2000Art. 106 Vw 2000Art. 84 Vw 2000Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige toepassing van artikel 55 Vreemdelingenwet 2000 bij beschikbaarheidsverplichting

Eiser, een Braziliaanse vreemdeling, werd door de gemeente Amsterdam aangewezen op grond van artikel 55 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) om zich beschikbaar te houden in verband met de behandeling van een verblijfsaanvraag. De rechtbank stelde vast dat eiser geen aanvraag tot verblijf had ingediend en daardoor niet viel onder de reikwijdte van artikel 55 Vw Pro 2000, dat alleen geldt voor vreemdelingen die rechtmatig verblijf genieten op grond van artikel 8 onder Pro f van de Vw 2000.

De rechtbank oordeelde dat de aanwijzing als bedoeld in artikel 55 Vw Pro 2000 ten onrechte was gegeven en vernietigde het bestreden besluit voor zover het artikel 55 betrof Pro. Het argument van verweerder dat de maatregel de minst ingrijpende oplossing was en enige controle mogelijk maakte, werd niet gevolgd omdat de wettelijke grondslag ontbrak.

Daarnaast wees de rechtbank het verzoek tot schadevergoeding af, omdat dit niet rechtstreeks kon worden herleid tot artikel 106 Vw Pro 2000 en het verzoek niet was onderbouwd. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 874,00. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover toepassing is gegeven aan artikel 55 Vw 2000.

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Sector bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 12/29347
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2012
inzake
[eiser], geboren op [datum] 1959,
van Braziliaanse nationaliteit,
verblijvende te [plaats],
eiser,
gemachtigde mr. J. Brouwer,
tegen
de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,
te Den Haag,
verweerder,
gemachtigde mr. M.N. Lorier.
<b>Procesverloop</b>
Bij besluit van 5 september 2012 heeft verweerder ten aanzien van eiser - onder meer - toepassing gegeven aan artikel 55 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Eiser heeft tegen dit besluit voor wat betreft de toepassing van artikel 55 van Pro de Vw 2000 beroep ingesteld.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 september 2012, waar eiser is verschenen bijgestaan door mr. M.E. Muller, als waarnemer van zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.
<b>Overwegingen</b>
1. De rechtbank beoordeelt thans of de toepassing van de maatregel op grond van artikel 55 van Pro de Vw 2000 in overeenstemming is met de wet dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is.
2. Vastgesteld wordt dat, voor zover het gaat om het in artikel 55 van Pro de Vw 2000 bepaalde, in het bestreden besluit is aangegeven dat de gemeente Amsterdam is aangewezen als plaats waar eiser zich beschikbaar dient te houden in verband met de behandeling van zijn aanvraag. Daarnaast is als aanwijzing daarin opgenomen de mogelijkheid om ontheffing van de beschikbaarheidsverplichting aan te vragen en is tevens de verplichting opgelegd zich op 12 september 2012 te melden bij het bureau van politie te Amsterdam in verband met een meldplicht/controle.
3. Artikel 55, eerste lid, van de Vw 2000 bepaalt dat de vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet op grond van artikel 8, onder f, van de Vw 2000 zich in verband met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag om een verblijfsvergunning beschikbaar dient te houden op een door Onze Minister aangewezen plaats, overeenkomstig hem daartoe door de bevoegde autoriteiten gegeven aanwijzingen.
4. De rechtbank constateert dat niet in geschil is dat eiser geen aanvraag tot verblijf heeft ingediend en aldus niet is aan te merken als een vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet op grond van artikel 8, onder f, van de Vw 2000. Nu deze wettelijke bepaling geen ruimte laat tot toepassing bij vreemdelingen die in een andere situatie verkeren en (wellicht) op andere basis rechtmatig verblijf hebben, moet worden geoordeeld dat in het geval van eiser ten onrechte de aanwijzing als bedoeld in artikel 55 van Pro de Vw 2000 is gegeven.
Het beroep is dan ook gegrond en leidt tot vernietiging van het bestreden besluit, voor zover daarin toepassing is gegeven aan artikel 55 van Pro de Vw 2000. Dat, zoals verweerder heeft aangevoerd, door het nemen van dit besluit is gekozen voor de minst ingrijpende oplossing, nu eiser het door hem gestelde rechtmatig verblijf nog niet heeft aangetoond en de aanwijzing de mogelijkheid geeft van enige controle, doet hieraan niet af.
5. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het toekennen van schadevergoeding, nu een toekenning ervan niet rechtstreeks is te herleiden tot het bepaalde in artikel 106 van Pro de Vw 2000 en het verzoek overigens niet is onderbouwd.
6. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 874,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:
• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;
• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;
• waarde per punt € 437,00;
• wegingsfactor 1.
7. Aangezien ten behoeve van eiser een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb de betaling van dit bedrag te geschieden aan de griffier van de rechtbank.
<b>Beslissing</b>
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarin toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 55 van Pro de Vw 2000;
- wijst het verzoek tot schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 874,00;
- bepaalt dat het bedrag van de proceskosten moet worden voldaan aan de griffier.
Aldus gedaan door mr. C.F.E. van Olden-Smit als rechter in tegenwoordigheid van W.G.M. de Boer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2012.
<HR ALIGN="left" WIDTH="50%">
<i>Ingevolge artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000 staat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open.</i>
Afschriften verzonden: