ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9403
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen Nederlandse nationaliteit voor kind uit polygaam huwelijk wegens strijd met fundamentele rechtsbeginselen
De zaak betreft een verzoek van een vader, die de Nederlandse nationaliteit bezit, om vast te stellen dat zijn minderjarige dochter, geboren uit een polygaam huwelijk in Marokko, eveneens de Nederlandse nationaliteit heeft. De vader was gehuwd met twee vrouwen, waarvan het tweede huwelijk is beëindigd door overlijden van de tweede echtgenote.
De rechtbank stelt vast dat het polygaam huwelijk niet wordt erkend binnen de Nederlandse rechtsorde omdat het strijdig is met de openbare orde en fundamentele rechtsbeginselen. Hierdoor kan de vader niet als juridische vader worden aangemerkt volgens Nederlands recht, en kan de dochter niet automatisch de Nederlandse nationaliteit verkrijgen op grond van afstamming.
De rechtbank overweegt dat het onthouden van erkenning aan het bigame huwelijk een gerechtvaardigde beperking vormt van het recht op respect voor gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) en dat er geen sprake is van een discriminatoir onderscheid in de zin van artikel 14 EVRM Pro.
Op grond van deze overwegingen wijst de rechtbank het verzoek af en wordt de Nederlandse nationaliteit aan de dochter niet toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om vaststelling van de Nederlandse nationaliteit van de dochter wordt afgewezen omdat het polygaam huwelijk niet wordt erkend.