ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0122
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Paris
- N.B. Verkleij
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- Rechtspraak.nl
Verlies van Nederlandse nationaliteit door langdurig verblijf in het buitenland na erkenning
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van een in Peru geboren man om vast te stellen dat hij vanaf zijn geboorte Nederlandse nationaliteit bezit. De verzoeker werd erkend door zijn Nederlandse vader volgens Peruaans recht, wat de basis vormde voor zijn Nederlandse nationaliteit vanaf de geboorte.
De rechtbank onderzocht de geldigheid van de erkenning en concludeerde dat de familierechtelijke betrekking tussen verzoeker en vader vergelijkbaar was met erkenning naar Nederlands recht, ondanks het ontbreken van de handtekening van de vader op de geboorteakte. De erkenning vond plaats op 17 januari 2003, toen verzoeker al meerderjarig was.
De IND en officier van justitie stelden dat verzoeker de Nederlandse nationaliteit had verloren vanwege een onafgebroken verblijf van meer dan tien jaar buiten Nederland en dat de optieverklaringen die verzoeker aanvoerde niet rechtsgeldig waren ingediend. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat verzoeker zijn Nederlandse nationaliteit op 17 januari 2003 verloor.
De rechtbank wees het verzoek af om de Nederlandse nationaliteit vanaf de geboorte vast te stellen, maar erkende dat verzoeker tot 2003 de Nederlandse nationaliteit bezat. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2012.
Uitkomst: Verzoeker verloor de Nederlandse nationaliteit in 2003 door langdurig verblijf in Peru; verzoek tot vaststelling vanaf geboorte wordt afgewezen.