ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0188
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premie volksverzekeringen voor rijnvarende werkzaam op motortankschip in 2006
Eiser, geboren in 1956 en woonachtig in Nederland, was in 2006 werkzaam op het motortankschip [D], dat onder Nederlandse vlag vaart en voorzien is van een rijnvaartcertificaat. De rechtbank acht aannemelijk dat het schip behoort tot de onderneming van de in Nederland gevestigde Vof [L], die als exploitant wordt aangemerkt. Hierdoor valt eiser onder de Nederlandse socialezekerheidswetgeving en is hij premieplichtig voor de premie volksverzekeringen.
Eiser stelde dat hij niet in Nederland, maar in Luxemburg verzekerd was, onderbouwd met een E-106 verklaring. De rechtbank wijst dit af omdat het Rijnvarendenverdrag, dat voorrang heeft op de Verordening 1408/71, van toepassing is. De E-106 verklaring is daarom niet bindend voor de Nederlandse heffing. Tevens is de stelling van eiser dat verweerder overleg had moeten voeren met Luxemburgse autoriteiten en de Sociale Verzekeringsbank verworpen, omdat geen dubbele premieplicht bestaat.
De rechtbank concludeert dat eiser ten onrechte in Luxemburg premie heeft betaald en dat hij zich tot de Luxemburgse autoriteiten moet wenden voor teruggave. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag premie volksverzekeringen wordt ongegrond verklaard en eiser blijft premieplichtig in Nederland.