ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0262
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premie volksverzekeringen voor rijnvarende werknemer op motortankschip
Eiser, werkzaam in 2007 op een motortankschip dat onder het Rijnvarendenverdrag valt, betwist de premie volksverzekeringen (PVV) die hem in Nederland is opgelegd. Hij stelt dat hij in Luxemburg verzekerd is en dat de Nederlandse aanslag onterecht is. De rechtbank stelt vast dat het schip is voorzien van een Rijnvaartcertificaat en dat eiser als rijnvarende moet worden aangemerkt. De exploitant van het schip is de Nederlandse vennootschap [F BV], waardoor de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is.
De door eiser overgelegde E-106 verklaring, afgegeven door Luxemburg, wordt niet erkend omdat het Rijnvarendenverdrag voorrang heeft op Verordening 1408/71. De rechtbank wijst het beroep af en benadrukt dat eiser zich voor teruggave van in Luxemburg betaalde premies tot de Luxemburgse autoriteiten moet wenden. Het standpunt dat verweerder overleg had moeten voeren met Luxemburgse instanties wordt eveneens verworpen, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat.
De rechtbank concludeert dat eiser de bewijslast draagt om aan te tonen dat hij niet in Nederland verzekerd is, wat niet is gelukt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag inclusief heffingsrente blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag premie volksverzekeringen blijft gehandhaafd.