ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken belangenafweging bij asielaanvraag
Eiser, een asielzoeker van Ethiopische nationaliteit, werd op 1 oktober 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij gaf tijdens de bewaring aan een asielaanvraag te willen indienen. De rechtbank beoordeelde het besluit tot bewaring en constateerde dat het dossier geen stukken bevatte waaruit expliciet bleek dat overleg met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) had plaatsgevonden, noch dat de belangenafweging conform de Vreemdelingencirculaire 2000 was verricht.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel aanvankelijk was opgelegd op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf, onder meer vanwege het tonen van een verlopen verblijfsdocument en het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats. Hoewel eiser zich niet tegen de gronden van de bewaring verzette, was het voortduren van de maatregel na 5 oktober 2012 onrechtmatig omdat geen overleg met de IND had plaatsgevonden en geen belangenafweging was gemaakt met betrekking tot zijn asielaanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring na die datum niet langer gerechtvaardigd was en besloot de maatregel op te heffen. Tevens kende zij eiser een schadevergoeding toe van €400 voor de periode van bewaring en veroordeelde zij de minister in de proceskosten van €874. De uitspraak is gedaan door rechter Welbergen op 11 oktober 2012.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring is opgeheven wegens ontbreken van overleg met de IND en belangenafweging, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.