ECLI:NL:RVS:2012:BX5580
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over inbewaringstelling asielzoeker wegens ontbrekende belangenafweging
De vreemdeling werd op 5 maart 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte uitging van de toepasselijkheid van de Terugkeerrichtlijn en onvoldoende toetsing verrichtte aan paragraaf A6/5.3.3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
De minister erkende dat in het dossier geen stukken aanwezig waren die uitdrukkelijk de belangenafweging bij inbewaringstelling aantonen, terwijl deze volgens de Vc 2000 vereist is. De Afdeling stelde dat deze belangenafweging vóór de inbewaringstelling moet plaatsvinden en duidelijk kenbaar moet zijn in het dossier. In deze zaak was de belangenafweging pas twee dagen na de inbewaringstelling gemaakt, wat in strijd is met het beleid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Aangezien de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van de bewaring en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard wegens het ontbreken van een tijdige belangenafweging.