ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2940
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van asielzoeker wegens ontbreken belangenafweging
Eiser is op 5 oktober 2012 in bewaring gesteld na overdracht door Zwitserland en heeft op die datum een asielaanvraag ingediend. De bewaring werd opgeheven op 18 oktober 2012. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat geen concrete belangenafweging was gemaakt, zoals vereist volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 en een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring na 1 oktober 2012 was opgelegd, waardoor de nieuwe jurisprudentie van toepassing was. Het dossier bevatte geen stukken waaruit blijkt dat een belangenafweging was gemaakt waarbij de belangen van eiser en verweerder waren meegewogen. De formulieren M119 en M110-A bevatten slechts motiveringen van de gronden voor bewaring, geen belangenafweging.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de bewaring vanaf 5 oktober 2012 onrechtmatig was. Eiser kreeg een schadevergoeding van €795,- toegekend voor drie dagen politiecel en zes dagen huis van bewaring. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €874,-. Het beroep werd gegrond verklaard, maar een bevel tot opheffing was niet nodig omdat de maatregel al was opgeheven.
Uitkomst: De bewaring van eiser was onrechtmatig wegens het ontbreken van een vereiste belangenafweging, waardoor hij recht heeft op schadevergoeding van €795.