ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3472
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en vergrijpboete inkomstenbelasting gastouderopvang 2007
Eiseres heeft in 2007 als gastouder inkomsten genoten die zij niet heeft aangegeven in haar aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Verweerder legde daarop een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op nadat hij in juli 2010 van deze inkomsten op de hoogte was gekomen.
De rechtbank stelt vast dat de activiteiten van eiseres als gastouder een werkzaamheid vormen zoals bedoeld in artikel 3.90 van de Wet IB 2001 en dat de ontvangen vergoeding een belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden is. Het beroep van eiseres dat sprake zou zijn van een subsidie of dat de inkomsten niet belastbaar zouden zijn, wordt verworpen.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht een nieuw feit heeft aangenomen dat navordering rechtvaardigt, omdat hij pas na het opleggen van de primitieve aanslag bekend werd met de inkomsten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat verweerder geen toezeggingen heeft gedaan die het vertrouwen rechtvaardigen dat geen navordering zou plaatsvinden.
Ten slotte is de vergrijpboete van 25% passend omdat eiseres lichtvaardig heeft gehandeld door de inkomsten niet aan te geven, ondanks dat zij duidelijk had moeten zijn dat zij een positief resultaat behaalde. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst verdere vorderingen af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de navorderingsaanslag en vergrijpboete wordt ongegrond verklaard.