ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3644
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs van oprechte bekering tot christendom
Verzoeker heeft meerdere keren een asielaanvraag ingediend op grond van zijn bewering dat hij in Iran tot het christendom is bekeerd. Deze bekering werd in eerdere procedures niet geloofwaardig bevonden. In de huidige procedure heeft verzoeker aanvullende verklaringen en bewijsstukken overgelegd, waaronder een verklaring van een voorganger en getuigenverklaringen.
De rechtbank oordeelt dat deze nieuwe stukken onvoldoende concreet zijn en niet zien op de periode rondom de gestelde bekering in Iran. De verklaring van de voorganger geeft slechts een opsomming van activiteiten zonder inzicht te bieden in de innerlijke geloofsbeleving van verzoeker. De getuige is geen voorganger en kent verzoeker kort, waardoor zijn verklaring weinig waarde heeft.
Hoewel verzoeker stelt dat hij thans wel invulling geeft aan zijn geloofsbeleving, acht de rechtbank dit onvoldoende om het eerdere besluit te herzien. Ook de door verzoeker aangevoerde omstandigheden rondom de detentie van zijn vader en bedreigingen zijn onvoldoende onderbouwd en afkomstig uit niet-objectieve bronnen. De rechtbank concludeert dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens onvoldoende bewijs van oprechte bekering.