ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4540
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs personal participation misdrijven
Eiser, van Iraakse nationaliteit, had een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend die door verweerder werd afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij zou hebben deelgenomen aan misdrijven tegen de menselijkheid. Verweerder baseerde dit op zijn vermeende rol als divisielid (Udhu Firqa) binnen een partij die decreten uitvaardigde die aanzetten tot ernstige mensenrechtenschendingen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel sprake was van 'knowing participation', onvoldoende was aangetoond dat eiser persoonlijk heeft deelgenomen ('personal participation') door het faciliteren van deze misdrijven. De partijinstructies die eiser zou hebben doorgegeven, konden niet worden gelijkgesteld aan de decreten die aan deze misdrijven ten grondslag liggen. Ook uit algemene bronnen en eisers eigen verklaringen bleek geen bewijs van een wezenlijke bijdrage aan de uitvoering van deze decreten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat verweerder ten onrechte artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag tegen eiser had gebruikt, waardoor het asielrelaas niet inhoudelijk was beoordeeld. Tevens werd het inreisverbod opgeheven. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten van eiser en de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van persoonlijke deelname aan misdrijven.