ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4769
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toewijzing bijstand aan vreemdeling na intrekking verblijfsvergunning
Verzoeker, een vreemdeling met een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, kreeg deze vergunning ingetrokken vanwege vertrek uit Nederland. Tegen deze intrekking is een rechtsbeschermingsprocedure aanhangig, waardoor verzoeker volgens artikel 8, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000) rechtmatig verblijf in Nederland heeft.
Verweerder weigerde bijstand op grond van de intrekking van de verblijfsvergunning en het standpunt dat verzoeker niet woonachtig zou zijn in Nederland. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat weigering van bijstand niet verenigbaar is met de ratio van artikel 11, derde lid, Wwb, dat vreemdelingen de uitkomst van de procedure in Nederland mogen afwachten en gedurende die periode aanspraak hebben op bijstand.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de motieven voor intrekking van de verblijfsvergunning in de hoofdprocedure beoordeeld moeten worden en dat verweerder geen andere gronden had aangevoerd om bijstand te weigeren. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, met terugwerkende kracht vanaf de datum van het verzoek om voorziening. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker krijgt bijstand toegekend vanaf 24 augustus 2012 en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.