ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6025
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig beëindigd, loonvordering werknemer toegewezen
Eiser trad op 16 juli 2006 in dienst als ober bij gedaagde. In augustus 2012 vertrok eiser naar Suriname, waarbij gedaagde instemde met onbetaald verlof onder de voorwaarde dat eiser uiterlijk 26 augustus 2012 zijn werkzaamheden zou hervatten. Bij brief van 22 augustus 2012 stelde gedaagde dat bij niet verschijnen op die datum een ontslag werd aangenomen.
Eiser betwist dat hij ontslag heeft genomen en stelt dat de arbeidsovereenkomst nooit rechtsgeldig is beëindigd. Hij vordert betaling van achterstallig loon over weken 33-40 van 2012 en loon vanaf week 41 tot aan een rechtsgeldige beëindiging. Gedaagde betwist het loonbedrag en stelt dat de arbeidsovereenkomst door het niet verschijnen van eiser is geëindigd.
De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, omdat eiser geen ondubbelzinnige verklaring tot ontslag heeft gegeven en geen dringende reden voor ontslag op staande voet is gebleken. De loonvorderingen van eiser worden grotendeels toegewezen, met uitzondering van vakantiedagen die pas bij beëindiging uitbetaald worden. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, loon vanaf week 41, wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is niet rechtsgeldig beëindigd en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en loon vanaf week 41 2012.