ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6341
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortgezet verblijf wegens onvoldoende klemmende humanitaire redenen
Verzoekster, een vrouw van Sierraleoonse nationaliteit, had een verblijfsvergunning onder de B9-regeling wegens aangifte van mensenhandel, maar deze werd ingetrokken nadat het strafrechtelijk onderzoek werd geseponeerd. Haar aanvraag voor voortgezet verblijf werd afgewezen omdat niet was gebleken van klemmende redenen van humanitaire aard.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij risico loopt op represailles van de Bondo-gemeenschap of van vermeende mensenhandelaren. Het ambtsbericht en het dossier ondersteunden het oordeel dat de situatie van verzoekster niet overeenkomt met de geschetste risico's. Ook het argument dat het slachtofferschap al was vastgesteld door politie en justitie werd verworpen.
Verder werd overwogen dat verzoekster als volwassen vrouw in Sierra Leone in haar eigen onderhoud kan voorzien en dat er voldoende mogelijkheden zijn voor psychische begeleiding in haar land van herkomst. De gezinsband tussen haar zoon en diens vader, die legaal in Nederland verblijft, leidde niet tot een objectieve belemmering voor terugkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarmee de weigering van de verblijfsvergunning stand hield.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning voortgezet verblijf wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.