ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6524
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en belangenafweging
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen. Tevens werd een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank oordeelde dat verweerder het gebrek in de motivering van het inreisverbod had hersteld, maar onvoldoende had gemotiveerd dat er geen humanitaire of andere redenen waren om af te zien van het inreisverbod.
De rechtbank stelde vast dat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer naar Afghanistan vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro riskeert, mede op basis van verklaringen van familieleden die als vluchtelingen werden erkend. Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden en de belangen van eiser en zijn in Nederland verblijvende gezin.
Hoewel eiser vanwege gepleegde (opium)delicten een ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt, vond de rechtbank dat de belangenafweging niet zorgvuldig was gemaakt, met name ten aanzien van de duur van het inreisverbod. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het inreisverbod gegrond, vernietigde dit deel van het besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen de asielafwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het inreisverbod is vernietigd wegens onvoldoende motivering en belangenafweging, terwijl het beroep tegen de asielafwijzing niet-ontvankelijk is verklaard.