ECLI:NL:RVS:2014:27
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling inreisverbod tegen vreemdeling blijft in stand ondanks bezwaar
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin het beroep van een vreemdeling tegen een inreisverbod werd gegrond verklaard. Het inreisverbod was uitgevaardigd door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 2 februari 2012 en later aangevuld op 17 september 2012.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling bij terugkeer naar Afghanistan geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro loopt. De rechtbank had daarom het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State oordeelt echter dat de staatssecretaris wel degelijk voldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep van de vreemdeling niet leidt tot het intrekken van het inreisverbod. De verklaringen van de neven van de vreemdeling kunnen niet worden toegerekend aan de vreemdeling zelf, en diens situatie is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook de omstandigheden onder artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen geen verkorting van het inreisverbod.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het inreisverbod niet in stand liet en bepaalt dat het inreisverbod volledig in stand blijft. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling blijft volledig in stand en het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard.