ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7965
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod en opheffing ongewenstverklaring wegens gezondheids- en veiligheidsaspecten
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is in 2007 ongewenst verklaard en heeft Nederland niet verlaten. Hij verzocht op toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn chronische depressie, waarbij het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat hij onder voorwaarden kan reizen en adequate zorg in Algerije beschikbaar is. De minister wees het verzoek af, waarop eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk is en dat eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten biedt om aan de juistheid te twijfelen. Het beroep tegen de afwijzing van artikel 64 is Pro daarom ongegrond verklaard. Daarnaast is het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring ingewilligd, maar is gelijktijdig een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege een eerdere veroordeling voor een geweldsdelict.
Eiser betoogde dat de duur van het inreisverbod niet gemotiveerd is en dat hij geen actuele bedreiging vormt. De rechtbank stelt vast dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod tien jaar moet duren en vermindert de duur naar drie jaar, conform het Vreemdelingenbesluit 2000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet toepassen van artikel 64 Vw 2000 is ongegrond, het inreisverbod wordt verminderd van tien naar drie jaar.