ECLI:NL:RVS:2012:BW4268
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medisch advies BMA bij toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 op vreemdeling 1 af te wijzen. De rechtbank had geoordeeld dat het Bureau Medische Advisering (BMA) nader onderzoek had moeten doen naar de veiligheid van de behandelomgeving in het land van herkomst, gelet op de medische informatie van de behandelaars van vreemdeling 1.
De behandelaars hadden gesteld dat vreemdeling 1 ernstige posttraumatische klachten heeft, veroorzaakt door traumatische ervaringen in het land van herkomst, en dat een veilige en vertrouwde behandelomgeving noodzakelijk is. Het BMA-advies van 22 september 2009 ging echter niet in op deze voorwaarde en concludeerde algemeen dat adequate behandeling in het land van herkomst mogelijk is. De minister baseerde zijn besluit op dit advies.
De Raad van State oordeelt dat het BMA-advies tekortschiet omdat het niet gemotiveerd ingaat op de specifieke medische omstandigheden en de noodzaak van een veilige behandelomgeving. Een algemene nota en protocol volstaan niet. Hierdoor mocht de minister het besluit niet op dit advies baseren. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.