ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ4212
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- J.M. van Kempen
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag wegens onjuiste datum overdracht effectenportefeuille en kwade trouw
Eiser was enig aandeelhouder van O B.V. en verkocht zijn privé effectenportefeuilles aan Q B.V., onderdeel van een fiscale eenheid. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij stelde dat de verkoop leidde tot inkomen uit aanmerkelijk belang en dat de overdracht pas op 10 juli 2001 plaatsvond, niet op 12 maart 2001 zoals eiser had opgegeven.
De rechtbank stelde vast dat eiser te kwader trouw handelde door bewust een onjuiste datum te hanteren in zijn IB-aangifte, waardoor Q B.V. een verlies droeg dat eigenlijk ten laste van eiser had moeten komen. De overdracht vond pas medio 2001 plaats, wat leidde tot een verkapte winstuitdeling.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag tijdig was opgelegd, ondanks een ambtelijk verzuim, en dat geen schending van verdedigings- of fair playbeginsel had plaatsgevonden. Gezien de mogelijke fouten in de waardeberekening en het aanbod tot verlaging, werd de aanslag verminderd. Tevens werd eiser een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd wegens correctie in waardering en kwade trouw vastgesteld; eiser krijgt proceskosten en een immateriële schadevergoeding toegekend.