ECLI:NL:RBSGR:2012:CA1567
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking asielvergunning wegens vermeende deelname aan genocide in Rwanda niet voldoende onderbouwd
Eiser, van Rwandese nationaliteit, kreeg zijn asielvergunningen voor bepaalde en onbepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken door verweerder wegens ernstige redenen om te veronderstellen dat hij deelnam aan de genocide in Rwanda van april tot juli 1994. Verweerder baseerde zich op een individueel ambtsbericht en rapporten van African Rights en Rakiya Omaar.
De rechtbank stelde vast dat het ambtsbericht en de rapporten onvoldoende inzicht geven in de achtergrond en betrouwbaarheid van de getuigen. De verklaringen bevatten vooral kwalificaties zonder concrete feiten en zijn jaren na de genocide afgelegd, wat zorgvuldigheid vereist. Tegenstrijdigheden tussen de bronnen en het ontbreken van nadere toelichting maakten het bewijs onvoldoende betrouwbaar.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet voldeed aan de bewijslast om artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegen eiser toe te passen. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen, waarbij zorgvuldiger onderzoek naar de betrouwbaarheid van bronnen en de betekenis van Gacaca-vonnissen wordt aanbevolen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de asielvergunningen wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van deelname aan genocide.