ECLI:NL:RBSHE:2000:AA5661
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens welbewust frauduleus handelen bij schending inlichtingenplicht WW
Eiseres ontving vanaf 29 april 1998 een WW-uitkering en vulde een werkbriefje in voor de periode van 14 september tot 11 oktober 1998. Zij gaf aan slechts drie weken gewerkt te hebben, terwijl uit navraag bleek dat zij ook in week 41, van 5 tot 11 oktober, 38 uur had gewerkt. Hierdoor ontving zij ten onrechte een bedrag van 134,60 gulden.
Verweerder legde op grond van artikel 27a WW een boete van 300 gulden op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het om een vergissing ging, omdat zij dacht slechts drie weken te hoeven opgeven. De rechtbank achtte dit ongeloofwaardig, gelet op de nauwkeurige vermelding van gewerkte uren in de eerdere weken en het feit dat het werkbriefje op 12 oktober werd verzonden.
De rechtbank oordeelde dat het verzuim van eiseres als welbewust frauduleus handelen moet worden aangemerkt, wat verwijtbaar en ernstig is. De boete van 300 gulden is niet onevenredig, ook niet gezien het benadelingsbedrag. De rechtbank verwierp de vergelijking met een eerdere uitspraak van de CRvB waarbij sprake was van een gering bedrag en een eenmalige vergissing.
De rechtbank bevestigde dat de boete in overeenstemming is met het Boetebesluit en de LISV-mededeling van november 1999. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van 300 gulden wegens schending van de inlichtingenplicht.