ECLI:NL:CRVB:1999:AA8523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- J.C.F. Talman
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Onevenredigheid boete bij geringe benadeling wegens vergeten opgave werkuren
In deze zaak staat centraal de vraag of een opgelegde boete van 300 gulden, conform het Boetebesluit Tica, proportioneel is bij een geringe benadeling van 22 gulden door het vergeten opgeven van twee uur werk. Gedaagde, een werkloze die incidenteel werkte tijdens haar uitkeringsperiode, had nagelaten deze uren op te geven, wat leidde tot een terugvordering van 22 gulden en een boete van 300 gulden.
De rechtbank had geoordeeld dat de artikelen 3 en 4 van het Boetebesluit, die een vaste boete koppelen aan benadelingscategorieën, niet in overeenstemming zijn met artikel 27a, tweede lid, van de Werkloosheidswet en het evenredigheidsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht. De Raad bevestigt deze conclusie en stelt dat hoewel het benadelingsbedrag een acceptabel uitgangspunt is voor de ernst van de gedraging, de verplichte boete van 300 gulden bij een geringe benadeling niet proportioneel is.
De Raad benadrukt dat het Boetebesluit wel mogelijkheden biedt om boetes te matigen bij verminderde verwijtbaarheid of persoonlijke omstandigheden, maar dat de dwingende toepassing van de boete bij minimale benadelingsbedragen leidt tot een disproportionele sanctie. Daarom blijven de bepalingen van het Boetebesluit die deze boete opleggen buiten toepassing in dit geval, en wordt het bestreden besluit vernietigd.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde en bevestigt het vernietigen van het bestreden besluit, waarmee een belangrijke nuance wordt aangebracht in de toepassing van het sanctiebeleid bij overtreding van de inlichtingenplicht in het kader van de Werkloosheidswet.
Uitkomst: De opgelegde boete van 300 gulden wordt vernietigd wegens disproportionaliteit bij geringe benadeling.