ECLI:NL:RBSHE:2001:AB0206
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H. Kobussen
- M.I. Heijning - Horst
- A.M. Kooijmans - de Kort
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling voor opzetheling en auteursrechtinbreuk
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor opzetheling en medeplegen van auteursrechtinbreuk. Het strafrechtelijk financieel onderzoek (sfo) toonde aan dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel had behaald uit de verkoop van kopieerapparaten, telefaxen en cosmetica-artikelen.
De rechtbank constateerde dat de ontnemingsprocedure onwenselijk lang had geduurd en verlaagde het gevorderde bedrag met vijf procent. Veroordeelde had betwist dat hij onherroepelijk veroordeeld was en de wijze van berekening van het voordeel, met name de gehanteerde verkooppercentages en inkoopprijzen. De rechtbank oordeelde dat voor het instellen van een ontnemingsvordering geen onherroepelijke veroordeling vereist is en dat de berekening van het wederrechtelijk voordeel redelijk was, mede gelet op het ontbreken van tegenbewijs door veroordeelde.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op ƒ 32.732,25 en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen, bij gebreke waarvan hechtenis van 140 dagen volgt. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van ƒ 32.732,- aan de Staat, bij gebreke waarvan 140 dagen hechtenis volgt.