ECLI:NL:RBSHE:2002:AE4068
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting na vijftien jaar volgens Wet Limitering Alimentatie
Partijen zijn in 1957 gehuwd en in 1986 gescheiden waarbij de man verplicht werd alimentatie te betalen aan de vrouw. De man verzocht de rechtbank om de alimentatieverplichting per 18 juli 2001 te beëindigen op grond van de Wet Limitering Alimentatie, omdat hij vijftien jaar alimentatie heeft betaald en beëindiging niet onredelijk zou zijn.
De vrouw voerde verweer en stelde dat beëindiging van de alimentatie voor haar een ingrijpende terugval in inkomen betekent, mede vanwege haar leeftijd, het ontbreken van betaalde arbeid sinds de scheiding, en haar financiële situatie. De rechtbank beoordeelde de draagkracht van de man en concludeerde dat hij nog steeds in staat is alimentatie te betalen.
De rechtbank overwoog dat bij een meer dan relatief onbetekenende terugval in inkomen alle omstandigheden van beide partijen moeten worden meegewogen. Ondanks de financiële situatie van de vrouw en haar leeftijd, achtte de rechtbank de beëindiging niet onredelijk, mede gelet op het feit dat de man vijftien jaar heeft betaald en opnieuw is hertrouwd.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw af om de ingangsdatum van de beëindiging te vervroegen en bepaalde deze op 1 maart 2002, de eerste dag van de maand na indiening van het verzoekschrift. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw met ingang van 1 maart 2002.