ECLI:NL:RBSHE:2003:AH9913
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidsgeschiktheid
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WAO-uitkering toe te kennen vanaf 4 september 2002, omdat hij volgens verweerder ondanks beperkingen in staat zou zijn bepaalde functies te verrichten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV dat eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt is.
Eiser betwistte de overschatting van zijn belastbaarheid en voerde aan dat hij niet 40 uur per week kan werken en dat zijn opleidingsniveau te hoog is vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het CBBS-systeem als zodanig niet in strijd is met de WAO en dat de medische beoordeling van de functionele mogelijkheden juist is vastgesteld op basis van onderzoek en medische rapporten.
De arbeidskundige beoordeling liet echter te wensen over: de rechtbank kon niet vaststellen of de geduide functies passend zijn, mede door het ontbreken van een volledig overzicht van signaleringen en een motivering waarom functies ondanks signaleringen passend werden geacht. Dit leidde tot onvoldoende toetsbaarheid en motivering van het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd.