ECLI:NL:RBSHE:2003:AN9890
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- M.H. Kobussen
- C.N.M. Goyaerts-Antens
- M.L.W.M. Viering
- Rechtspraak.nl
Beëindiging maatregel plaatsing verslaafden wegens gebrek aan passende behandeling
Veroordeelde verzocht op 29 juli 2003 om beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden, opgelegd bij vonnis van 5 november 2002 voor een periode van twee jaar.
Na onderzoek en rapportage van de directeur van de PI Utrecht bleek dat ondanks pogingen geen passende behandelplaats beschikbaar was, waaronder onzekerheid over opname bij Novadic met een mogelijke wachttijd van 3 tot 6 maanden. De rechtbank oordeelde dat de maatregel niet langer effectief was omdat niet de vereiste intensieve, persoonlijke behandeling kon worden geboden.
De rechtbank stelde zich bevoegd te oordelen over het verzoek, ondanks eerdere ambtshalve beoordeling, mede gelet op art. 5 lid 4 EVRM Pro en de wetsgeschiedenis van art. 38s Wetboek van Strafrecht.
De maatregel werd daarom met ingang van 11 december 2003 beëindigd. Veroordeelde gaf aan zelf hulp te zoeken via het Leger des Heils en wilde de straat op om werk te zoeken.
Uitkomst: De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden wordt beëindigd wegens het ontbreken van de vereiste intensieve, persoonlijke behandeling.