ECLI:NL:RBSHE:2003:AN9999
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 58 WAZ bij arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige
Eiser, directeur-grootaandeelhouder van een BV, werd per 6 februari 2001 in aanmerking gebracht voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Verweerder besloot echter de uitkering niet uit te betalen vanwege inkomsten uit arbeid van eiser, zoals bedoeld in artikel 58 van Pro de WAZ.
Eiser voerde aan dat de ontvangen bedragen deels voorschotten en suppleties waren en geen inkomsten uit arbeid, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank stelde vast dat eiser na zijn uitval beperkte arbeidsprestaties verrichtte die loonwaarde hadden en dat de inkomsten die hij ontving als inkomsten uit arbeid moesten worden aangemerkt.
De rechtbank overwoog dat de situatie van eiser verschilde van eerdere zaken waarin sprake was van voorschotten, omdat eiser zijn volledige salaris behield en geen verplichting tot terugbetaling bestond. De doelstelling van de WAZ om zelfstandigen tegen financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid te beschermen werd in deze zaak niet ondermijnd, omdat eiser geen nadelige financiële gevolgen ondervond.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de toepassing van artikel 58 WAZ Pro terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-uitbetaling van de WAZ-uitkering blijft gehandhaafd.