ECLI:NL:RBSHE:2005:AT0917
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bepaling draagkracht vermogen bij rechtsbijstand
Eiser betwistte dat verweerder bij de bepaling van de draagkracht in het vermogen uitging van een vrijstelling van €65.344, terwijl volgens artikel 9, derde lid, van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand (Bdr) destijds een lagere vrijstelling van €34.034 gold. Verweerder had op grond van ministeriële circulaires vooruitlopend op een nog niet ingegaan wetswijziging gehandeld, hetgeen strijdig was met de wet.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet bij wijze van circulaire mocht anticiperen op toekomstige regelgeving en dat het besluit daarom vernietigd moest worden. Daarnaast werd overwogen dat, ongeacht de vraag of de schuld van €41.000 aan de gemeente als hypothecaire schuld moest worden meegeteld, het vermogen de wettelijke grens overschreed.
De rechtbank droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste wettelijke bepalingen en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht aan eiser. De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen strikt aan de geldende wet- en regelgeving moeten vasthouden bij het vaststellen van draagkracht voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit waarbij ten onrechte een hogere vrijstelling werd gehanteerd, wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.