ECLI:NL:RBSHE:2005:AT3307
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Adang
- Strijbos
- Schoorlemmer
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over ne bis in idem en uitleg Schengen uitvoeringsovereenkomst inzake heroïnehandel
In deze zaak staat centraal of de vervolging van [de man] in Italië voor heroïnehandel in strijd is met het ne bis in idem-beginsel zoals neergelegd in artikel 54 van Pro de Schengen uitvoeringsovereenkomst (SUO). [De man] werd in Nederland vervolgd en deels vrijgesproken voor invoer en bezit van heroïne, terwijl hij in Italië werd veroordeeld voor bezit en export van een grotere hoeveelheid heroïne.
De rechtbank onderzoekt of de feiten in Nederland en Italië als 'dezelfde feiten' kunnen worden beschouwd en of de vrijspraak in Nederland betekent dat er sprake is van berechting in de zin van artikel 54 SUO Pro. Ook wordt de vraag gesteld of de Italiaanse vervolging onrechtmatig is vanwege het ontbreken van juiste dagvaarding en schending van artikel 6 EVRM Pro, wat door de rechtbank wordt verworpen.
De republiek Italië beroept zich op een uitzondering in artikel 55 SUO Pro, maar de rechtbank oordeelt dat deze niet van toepassing is omdat de feiten zich deels op Nederlands grondgebied hebben voorgedaan. Gezien de complexiteit van de uitleg van de SUO en de noodzaak van uniforme interpretatie, heeft de rechtbank de behandeling geschorst en prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voorgelegd.
Uitkomst: De behandeling is geschorst en prejudiciële vragen zijn aan het Hof van Justitie voorgelegd over de uitleg van artikel 54 SUO.