ECLI:NL:RBSHE:2005:AV7830
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Nietige aanbesteding zwembad door schending fundamentele aanbestedingsbeginselen
De gemeente Boxtel organiseerde een niet-openbare aanbesteding voor de bouw van een zwembad volgens het Aanbestedingsreglement Werken 2004 (ARW). Van Heesewijk Bouw B.V. werd geselecteerd als één van de vijf aannemers en diende een inschrijving in, maar werd uiteindelijk niet gegund. De gemeente gunde de opdracht aan een ander bouwbedrijf en startte met de uitvoering.
Van Heesewijk stelde dat de aanbestedingsprocedure niet correct was verlopen, onder meer vanwege het gebruik van ongeoorloofde gunningscriteria, het niet transparant hanteren van criteria, en het ontbreken van een besluit van het bevoegde bestuursorgaan over het gunningsvoornemen. De rechtbank oordeelde dat de gemeente fundamentele aanbestedingsbeginselen had geschonden, waaronder het onterecht meenemen van selectiecriteria in de gunningsfase en het niet transparant zijn over de waardering van de presentatie.
De rechtbank stelde vast dat de termijn voor het aanvechten van het gunningsvoornemen pas begon te lopen bij de definitieve gunning, die niet tijdig was aangekondigd. Hierdoor was de vordering ontvankelijk. Gezien de ernstige tekortkomingen verklaarde de rechtbank de aanbesteding nietig en verbood zij de gemeente om uitvoering te geven aan de gunning. De gemeente moet bij een eventuele heraanbesteding transparante en proportionele criteria hanteren en de geselecteerde partijen opnieuw uitnodigen.
De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten. De primaire vordering tot gunning aan Van Heesewijk werd afgewezen vanwege het gelijkheids- en transparantiebeginsel. De rechtbank benadrukte het belang van zorgvuldigheid en rechtswaarborgen in aanbestedingsprocedures, en wees erop dat de gemeente zelf de risico's van haar handelen droeg door zonder gunningsvoornemen te gunnen en te starten met uitvoering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de aanbesteding nietig en verbiedt de gemeente uitvoering te geven aan de gunning, waarbij de primaire vordering tot gunning wordt afgewezen.