ECLI:NL:RBSHE:2007:BA1285
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- K. Visser
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na voorlopige hechtenis niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker werd vrijgesproken van poging tot doodslag en veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens vernieling. Hij verzocht om schadevergoeding voor de periode van voorlopige hechtenis die hij doorbracht op verdenking van het eerste feit, waarvoor hij werd vrijgesproken.
De rechtbank overwoog dat het begrip 'zaak' in artikel 89 Sv Pro moet worden uitgelegd als het geheel van het rechtsgeding zoals vastgesteld in de dagvaarding. Dit betekent dat, indien voor één van de feiten voorlopige hechtenis is toegelaten en daarvoor een straf is opgelegd, het verzoek tot schadevergoeding niet ontvankelijk is.
Hoewel verzoeker stelde dat hij onbillijk lang in voorlopige hechtenis zat voor het vrijgesproken feit, oordeelde de rechtbank dat de vaste rechtspraak van de Hoge Raad geen ruimte laat voor een andere interpretatie. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank werd hierin ondersteund door een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het verzoekschrift was tijdig ingediend, maar de inhoudelijke voorwaarden voor toekenning van schadevergoeding waren niet vervuld.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding ex artikel 89 Sv.