ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2102
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.P.A. Burghoorn
- A.W. Govers
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering inkomensafhankelijke toeslag AOW wegens schending motiveringsplicht
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om hem geen inkomensafhankelijke toeslag toe te kennen bij zijn AOW-uitkering vanwege het inkomen van zijn echtgenote. De Svb baseerde dit besluit op het Inkomensbesluit AOW 1996, waarin het inkomen van de echtgenoot wordt verrekend met de toeslag. Eiser stelde dat dit besluit leidt tot discriminatie op grond van geslacht en een onrechtmatige inmenging in het gezinsleven, in strijd met artikel 8 en Pro 14 EVRM.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, omdat verweerder niet had gereageerd op de grief met betrekking tot artikel 8 EVRM Pro, waardoor het besluit in strijd is met de motiveringsplicht van artikel 7:12 Awb Pro. Materieel was echter geen andere beslissing mogelijk dan het handhaven van het besluit, zodat de rechtsgevolgen in stand blijven.
De rechtbank concludeerde dat het toepassen van de AOW-regeling geen verboden inmenging in het gezinsleven inhoudt en geen schending van het discriminatieverbod oplevert, gelet op vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de inkomensafhankelijke toeslag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, met in stand blijvende rechtsgevolgen.