ECLI:NL:RBSHE:2007:BA4503
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Geen overgang van ondernemingsraad bij concessiewijziging openbaar vervoer
De Ondernemingsraad De Meierij/Brabant Oost vorderde in kort geding dat Arriva OV faciliteiten zou verschaffen en het overleg conform de WOR zou organiseren, omdat zij meende dat de overgang van concessies van BBA naar Arriva OV geen gevolgen had voor het bestaan en de bevoegdheden van de ondernemingsraad.
Arriva OV stelde dat er geen sprake was van overgang van onderneming volgens de criteria van de artikelen 7:662 en 7:663 BW en Richtlijn 98/50, en dat de medezeggenschap binnen Arriva OV adequaat was georganiseerd via een centrale ondernemingsraad en vestigingscommissies.
De rechtbank oordeelde dat de concessies niet als een economische eenheid waren overgegaan, omdat essentiële bedrijfsmiddelen zoals bussen niet waren overgenomen en de concessies organisatorisch verspreid waren over meerdere vestigingen zonder eigen directie of bevoegdheden.
Daarom was geen sprake van overgang van onderneming in de zin van de WOR en BW, en bleef de Ondernemingsraad De Meierij/Brabant Oost niet in functie. De belangen van het personeel werden adequaat behartigd via de vestigingscommissies en de centrale ondernemingsraad van Arriva OV.
De vorderingen van de Ondernemingsraad werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vorderingen van de Ondernemingsraad De Meierij/Brabant Oost worden afgewezen wegens ontbreken van overgang van onderneming en adequate medezeggenschap via Arriva OV.