ECLI:NL:RBSHE:2007:BB1660
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bank mag stil pandrecht op fiscale vordering verrekenen ondanks faillissement
Rabobank verstrekte een krediet aan K&K Expeditie B.V. en verkreeg als zekerheid onder meer een stil pandrecht op de vorderingen van Expeditie op derden, inclusief fiscale vorderingen. Na faillissement van Expeditie vorderde de curator betaling van een belastingteruggave die Rabobank had verrekend met haar vordering.
De curator stelde dat de vordering op de fiscus niet geldig was verpand, dat de fiscus geen toestemming had gegeven zoals vereist in artikel 24 lid 5 Invorderingswet Pro, en dat het pandrecht teniet was gegaan door betaling aan de boedel. Rabobank stelde dat de vordering wel degelijk was verpand op grond van een vangnetbepaling, dat artikel 24 lid 5 Invorderingswet Pro niet ziet op verrekening door derden, en dat het pandrecht niet teniet was gegaan.
De rechtbank oordeelde dat de vordering op de fiscus onder het stil pandrecht viel, ook al stond deze niet met naam en toenaam op de pandlijst. Het beroep op artikel 24 lid 5 Invorderingswet Pro faalde omdat deze bepaling alleen ziet op verrekening door de fiscus zelf en geen aanvullende eisen stelt aan het stil pandrecht. Verder mocht Rabobank de vordering verrekenen op grond van het arrest HR 17 februari 1995, ook na faillissement en vóór mededeling aan de fiscus. Het beroep op artikel 54 Faillissementswet Pro faalde eveneens.
De vordering van de curator werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd. De rechtbank bevestigde daarmee de positie van Rabobank als stille pandhouder die haar pandrecht mag uitoefenen door verrekening van een fiscale vordering.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curator af en bevestigt dat Rabobank de fiscale vordering mag verrekenen op grond van haar stil pandrecht.