ECLI:NL:RBSHE:2007:BB5726
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en waardering woning na vernietiging convenant
Partijen, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, zijn in geschil over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding. De vrouw heeft het convenant tot verdeling uit 1999 vernietigd wegens benadeling en dwaling. De man stelt dat de woning gewaardeerd moet worden op de datum van het convenant, terwijl de vrouw de hoofdregel hanteert dat waardering moet plaatsvinden op het moment van verdeling.
De rechtbank oordeelt dat de peildatum voor de waardering van de woning de datum van verdeling is, omdat het convenant is vernietigd en de man zich onterecht heeft verzet tegen die vernietiging. De man kan geen beroep doen op de intenties uit het vernietigde convenant. Verder wordt overwogen dat de vrouw recht heeft op een vergoeding van de helft van de door de man betaalde lasten sinds 1999, verminderd met een redelijke vergoeding voor het aandeel van de vrouw in de overwaarde.
Daarnaast behandelt de rechtbank diverse overige vermogensbestanddelen, zoals verzekeringen, spaarrekeningen, aandelen en een erfenis, waarbij de toedeling en waardering worden vastgesteld. De rechtbank verwijst de zaak voor nader deskundigenonderzoek naar de waarde van de woning en stelt partijen in de gelegenheid hun wensen tot toedeling te bevestigen. Hoger beroep wordt toegelaten.
Uitkomst: De woning wordt gewaardeerd op het moment van verdeling en niet op de datum van het vernietigde convenant; verdere verdeling wordt aangehouden voor deskundigenonderzoek.