ECLI:NL:RBSHE:2007:BB9903

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/839323-06 (nw)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3 OpiumwetArt. 9 OpiumwetArt. 27 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs bij onderzoek naar drugsbezit

Op 5 december 2007 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het bezit van grote hoeveelheden XTC-tabletten en hasjiesj. De verdenking was gebaseerd op een anonieme tip via Melding Misdaad Anoniem, gevolgd door een politieonderzoek in de woning van verdachte.

De rechtbank stelde vast dat na de anonieme tip en controle van het GBA en het herkenningssysteem HKS geen aanwijzingen waren voor antecedenten op het gebied van de Opiumwet. Er is geen verder onderzoek verricht om een redelijk vermoeden van schuld te onderbouwen. Hierdoor was het binnentreden in de woning onrechtmatig volgens artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafvordering en artikel 9 van Pro de Opiumwet.

Het bewijs dat door dit onrechtmatige optreden werd verkregen, werd uitgesloten. Omdat er geen ander bewijs was, sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. De officier van justitie had een gevangenisstraf van zes maanden en een werkstraf geëist, maar deze vordering werd afgewezen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig verkregen bewijs en onvoldoende bewijs voor drugshandel.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/839323-06
Datum uitspraak: 05 december 2007
Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] [geboorteland] op [geboortedatum] 1950,
wonende te [woonplaats], [adres]
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 december 2007. De rechtbank heeft daarbij in acht genomen het arrest van het gerechtshof alhier van 8 november 2007.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 31 augustus 2007.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1. hij op of omstreeks 6 oktober 2006 te Helmond, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk
aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of
MDEA en/of MDA (in de vorm van ongeveer 7592, in elk geval een hoeveelheid,
zogenaamde XTC-tabletten) en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende
amfetamine en/of methamfetamine (in de vorm van een brok van ongeveer 1947
gram), zijnde MDMA en/of MDEA en/of MDA en/of amfetamine en/of methamfetamine
(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst
I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(artikel 2 Opiumwet Pro)
2. hij op of omstreeks 06 oktober 2006 te Helmond, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk
aanwezig heeft gehad ongeveer 95 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer
dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige
elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd
(hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a
van die wet;
(artikel 3 Opiumwet Pro)
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest en een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis.
De bewijsbeslissing.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Uit het dossier blijkt dat het onderzoek in de woning van verdachte heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een anonieme tip (via Melding Misdaad Anoniem) en een controle van de inschrijving in het GBA betreffende het in de melding genoemde adres, alsmede raadpleging van het herkenningsysteem HKS.
Uit laatstgenoemde raadpleging bleek niet dat verdachte antecedenten had op het gebied van de Opiumwet. Enig nader onderzoek is vervolgens achterwege gebleven. Ten tijde van het binnentreden bestond derhalve naar het oordeel van de rechtbank geen redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafvordering, noch deed zich de situatie voor of als bedoeld in artikel 9 van Pro de Opiumwet. Het optreden van de politie dient derhalve als onrechtmatig te worden beschouwd. Het als gevolg van dit optreden verkregen materiaal dient dan ook als onrechtmatig verkregen te worden beschouwd en van het bewijs te worden uitgesloten. Waar zich in het dossier geen ander bewijsmateriaal bevindt, dient verdachte van het hem tenlastegelegde te worden vrijgesproken.
DE UITSPRAAK
Vrijspraak, achtende de rechtbank het onder 1 en 2 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.B.M. Bruens, voorzitter,
mr. A.F. van Hoorn en mr. I.M. Nusselder, leden,
in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,
en is uitgesproken op 5 december 2007.