ECLI:NL:RBSHE:2008:BD5147

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/845119-08
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 4 OpiumwetArt. 2 onder A OpiumwetArt. 2 onder B OpiumwetArt. 3a lid 5 OpiumwetArt. 14i lid 6 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij invoer en handel in cocaïne

Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren, verkopen en aanwezig hebben van cocaïne in Nederland. De officier van justitie baseerde de vordering aanvankelijk op overtreding van een bijzondere voorwaarde, maar wijzigde dit tijdens de zitting naar overtreding van een algemene voorwaarde, wat door de rechtbank als rechtens toelaatbaar werd beschouwd.

Uit het dossier bleek dat een pakketje met 173 gram cocaïne vanuit Suriname naar Nederland was verstuurd en onderschept, en dat in de schuur van verdachte bolita’s met cocaïneresten waren gevonden. Verdachte had bovendien meerdere geldbedragen naar Suriname overgemaakt. De rechtbank stelde echter vast dat onvoldoende bewijs bestond om verdachte te verbinden aan het opsturen van de drugs of de handel daarin, mede doordat de bolita’s open en bloot lagen en andere familieleden in de woning woonden.

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van een getuige onvoldoende was om feit 2 te bewijzen. De dagvaarding was geldig, de rechtbank bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk. De inbeslaggenomen voorwerpen die verband hielden met strafbare feiten werden aan het verkeer onttrokken, terwijl overige voorwerpen aan verdachte werden teruggegeven.

De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs en wees de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid bij invoer en handel in cocaïne.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/845119-08
Parketnummer vordering: 01/84525506
Datum uitspraak: 24 juni 2008
Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] [geboorteland] op [geboortedatum] 1988,
wonende te [woonplaats], [adres]
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 juni 2008.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 7 mei 2008.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 29 februari 2008 tot en met 05 maart 2008
te 's-Hertogenbosch en/of Amsterdam, althans in Nederland, meermalen, althans
eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld
in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, ongeveer 173 gram, in elk geval een
hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel
als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens
het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft verdachte opzettelijk
cocaïne besteld en/of cocaïne laten verpakken/verstoppen in een tijdschrift
en/of een broodverpakking en/of (vervolgens) cocaïne naar Nederland laten
versturen en/of (daartoe) geld overgemaakt naar Suriname;
(artikel 2, onder A, Opiumwet)
2.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 05 maart 2008 te
's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een
ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd
en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad
een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(artikel 2, onder B, Opiumwet)
De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 10 juni 2008 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De zaak met parketnummer 01/84525506 is aangebracht bij vordering van 7 mei 2008. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 3 november 2006. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de grondslag van de vordering tot ten uitvoerlegging mondeling gewijzigd in dier voege dat zij de vordering niet langer meer baseert op de overtreding van de bijzondere, maar de algemene voorwaarde. Gelet op art. 14i, lid 6 Sr, inhoudende dat de vordering ter zitting kan worden gewijzigd, het feit dat de wet ter zake geen vormvoorschriften geeft en voorts mede in aanmerking genomen de rechtspraak van de Hoge Raad (20 maart 2001, LJN AB 0609) is de rechtbank van oordeel dat deze wijze van wijziging van de vordering rechtens toelaatbaar is. De rechtbank zal derhalve beslissen op basis van de gewijzigde vordering.
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De officier van justitie eist.
* Bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten;
* Gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest;
* Onttrekking aan het verkeer van de onder 1 t/m 3 genoemde voorwerpen op de beslaglijst;
* Verbeurdverklaring van het onder 4 genoemde voorwerp op de beslaglijst;
* Teruggave aan verdachte de onder 5 t/m 9 genoemde voorwerpen op de beslaglijst;
* Toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging van 2 maanden gevangenisstraf.
De bewijsbeslissing.
T.a.v. feit 1 en 2:
Uit de gegevens in het dossier leidt de officier van justitie af dat verdachte betrokken is bij de invoer van en handel in cocaïne. Er is een pakketje met naam en adres van verdachte verstuurd vanuit Suriname en onderschept op Schiphol dat na onderzoek door de technische recherche en het NFI 173 gram cocaïne bleek te bevatten. In de schuur van de woning van verdachte zijn zogenaamde bolita’s aangetroffen met resten crémekleurig poeder dat na onderzoek door de technische recherche en het NFI eveneens cocaïne bleek te zijn. Verdachte heeft in 2007 6 maal geldbedragen (van in totaal € 7.600,--) naar Suriname heeft overgemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het voorliggende dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het opsturen van de drugs uit Suriname of dat hij daartoe op enige wijze opdracht heeft gegeven, noch dat hij daar anderszins wetenschap van had of op andere wijze bij was betrokken.
Met betrekking tot de aangetroffen bolita’s stelt de rechtbank vast dat deze open en bloot in de schuur lagen en dat in de woning waar verdachte woont tevens andere familieleden wonen, zodat de betrokkenheid van verdachte bij de invoer van de cocaïne en de handel in cocaïne niet is vast te stellen. Voorts blijkt uit het dossier naar het oordeel van de rechtbank geen directe relatie tussen de door verdachte overgemaakte geldbedragen en de invoer van de cocaïne. Met betrekking tot de doos met resten etenswaren, waarvan de politie vaststelt dat de wijze van verpakken (tapen) gelijkenis vertoont met de wijze waarop drugs worden verpakt, kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat deze met verdovende middelen te maken heeft.
T.a.v. feit 2:
Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, blijft voor het bewijs van dit feit in essentie alleen de verklaring van [getuige 1] over. De rechtbank is van oordeel dat daardoor niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte dit feit heeft gepleegd.
De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Beslissing over de inbeslagggenomen voorwerpen.
De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan het verkeer onttrokken dienen te worden verklaard, omdat er blijkens het onderzoek ter terechtzitting met deze voorwerpen wel strafbare feiten zijn begaan en de inbeslaggenomen voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet.
De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/84525506.
De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank zal de gevorderde tenuitvoerlegging afwijzen, omdat de rechtbank veroordeelde/verdachte vrijspreekt van de hem tenlastegelegde feiten onder parketnummer 01/845119-08.
DE UITSPRAAK
BESLISSING:
T.a.v. feit 1, feit 2:
Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.
Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: de onder 1 en 2 genoemde voorwerpen op de aangehechte beslaglijst
Teruggave inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten: de onder 3 t/m 9 genoemde voorwerpen op de aangehechte beslaglijst.
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:
Afwijzing van de vordering met parketnummer 01/845255-06 van de officier van
justitie d.d. 7 mei 2008.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,
mr. F.P.E. Wiemans en mr. R.P.G.L.M. Verbunt, leden,
in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,
en is uitgesproken op 24 juni 2008,
zijnde mr. R.P.G.L.M. Verbunt buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.