ECLI:NL:RBSHE:2008:BD5147
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.L.W.M. Viering
- F.P.E. Wiemans
- R.P.G.L.M. Verbunt
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij invoer en handel in cocaïne
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren, verkopen en aanwezig hebben van cocaïne in Nederland. De officier van justitie baseerde de vordering aanvankelijk op overtreding van een bijzondere voorwaarde, maar wijzigde dit tijdens de zitting naar overtreding van een algemene voorwaarde, wat door de rechtbank als rechtens toelaatbaar werd beschouwd.
Uit het dossier bleek dat een pakketje met 173 gram cocaïne vanuit Suriname naar Nederland was verstuurd en onderschept, en dat in de schuur van verdachte bolita’s met cocaïneresten waren gevonden. Verdachte had bovendien meerdere geldbedragen naar Suriname overgemaakt. De rechtbank stelde echter vast dat onvoldoende bewijs bestond om verdachte te verbinden aan het opsturen van de drugs of de handel daarin, mede doordat de bolita’s open en bloot lagen en andere familieleden in de woning woonden.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van een getuige onvoldoende was om feit 2 te bewijzen. De dagvaarding was geldig, de rechtbank bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk. De inbeslaggenomen voorwerpen die verband hielden met strafbare feiten werden aan het verkeer onttrokken, terwijl overige voorwerpen aan verdachte werden teruggegeven.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs en wees de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid bij invoer en handel in cocaïne.