ECLI:NL:HR:2001:AB0609
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf na vrijspraak in hoger beroep
In deze zaak stond de verdachte terecht voor meerdere strafbare feiten verdeeld over drie zaken (A, B en C). De rechtbank veroordeelde de verdachte onder meer voor feiten in zaak A en B en gelastte de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf in zaak C. In hoger beroep sprak het hof de verdachte vrij van de feiten in zaak A, maar handhaafde de veroordeling voor de feiten in zaak B en gelastte eveneens de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.
De raadsman van de verdachte betoogde dat de vrijspraak in zaak A ook de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf moest uitsluiten, omdat deze straf uitsluitend op zaak A was gebaseerd. Het hof verwierp dit standpunt en stelde dat de tenuitvoerlegging ook kon worden gebaseerd op de veroordeling in zaak B, mede omdat de zaken waren gevoegd en de wet ruimte biedt voor wijziging van de grondslag van de vordering tot tenuitvoerlegging.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof terecht de tenuitvoerlegging heeft gelast, ook al betrof het hoger beroep niet alle gevoegde zaken. De wetgever heeft met artikel 14g Sr beoogd dat de rechter beoordelingsvrijheid heeft bij de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging, mits deze binnen de grondslag van de vordering blijft. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf ondanks vrijspraak in hoger beroep.