ECLI:NL:RBSHE:2008:BD5219
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Govers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijkheid gezamenlijke huishouding
Eisers zijn in 1970 gehuwd en gescheiden in 1984. Vanaf 1983 ontving eiseres bijstand als alleenstaande ouder. Vanaf 1985 ontving verweerder aanwijzingen dat eisers samenwoonden, maar heeft hij dit jarenlang niet doortastend onderzocht.
In 2005 werd eiser in de woning van eiseres aangetroffen, waarna de bijstand werd geblokkeerd, opgeschort en uiteindelijk ingetrokken met terugvordering van de uitkering vanaf 1997. Verweerder stelde eiser hoofdelijk aansprakelijk voor terugbetaling vanaf 1999.
De rechtbank oordeelt dat er voor 1996 geen effectief onderzoek was en dat de fictieve gezamenlijke huishouding uit de wet niet correct is toegepast, met name omdat het jongste kind in 1998 18 jaar werd. De intrekking over de periode na 1998 is daarom onrechtmatig. Ook de opschorting per 3 februari 2006 wordt vernietigd wegens onduidelijkheid over het verzuim waarop die is gebaseerd.
De rechtbank gelast verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen, herroept de opschorting, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en verweerder wordt gelast een nieuw besluit te nemen.