ECLI:NL:RBSHE:2008:BD8817
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid waterschap tot vaststelling van de Keur op waterberging
Het Waterschap Aa en Maas stelde op 23 maart 2007 de Keur op waterberging vast, met als doel het realiseren van tijdelijke waterbergingscapaciteit om wateroverlast te beperken. Eisers betoogden dat het waterschap hiertoe niet bevoegd was, omdat waterbergingsgebieden niet tot het oppervlaktewaterlichaam behoren en er geen ruimtelijke bestemming voor deze gebieden bestond. Ook verwezen zij naar de vernietiging van het reconstructieplan Maas en Meijerij door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat de taken van het waterschap mede de realisering van waterbergingscapaciteit op niet tot het oppervlaktewater behorende gronden omvatten, zoals blijkt uit het Reglement en de Verordening waterhuishouding Noord-Brabant 1997. Het waterschap heeft beleidsvrijheid bij het vaststellen van de Keur en mocht vooruitlopen op de Waterwet. Het ontbreken van een ruimtelijke bestemming ten tijde van vaststelling doet hieraan niet af, omdat de gedoogplicht en verbodsbepalingen van de Keur van toepassing worden zodra die bestemming er is.
De rechtbank verwierp de stelling dat de Keur niet gelijktijdig met de legger moet worden vastgesteld en dat waterberging een bovenregionale taak is. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en het besluit van het waterschap tot vaststelling van de Keur bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van de Keur op de waterberging wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.