ECLI:NL:RBSHE:2008:BG0312
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken verblijfsvergunning op peildatum
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende persoon, verzocht op 13 februari 2002 om naturalisatie tot Nederlander voor zichzelf en zijn minderjarige kinderen. Verweerder wees dit verzoek op 26 juni 2006 af, waarna bezwaar werd gemaakt en uiteindelijk bij besluit van 13 juli 2007 het verzoek opnieuw werd afgewezen. Eiser stelde in beroep dat hij sinds 1994 onafgebroken een reguliere verblijfsvergunning had en dat hij op grond van het Associatiebesluit en EG-richtlijn 2004/38 rechtmatig in Nederland verbleef.
De rechtbank overwoog dat op de peildatum, 13 juli 2007, eiser niet in het bezit was van een verblijfsvergunning krachtens de Vreemdelingenwet, aangezien zijn aanvragen waren afgewezen. De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat in een naturalisatieprocedure geen zelfstandige inhoudelijke toetsing van het verblijfsrecht op grond van verdrags- of EG-recht plaatsvindt. Ook de latere toekenning van een verblijfsvergunning per 27 februari 2008 kon niet met terugwerkende kracht in aanmerking worden genomen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de overschrijding van de beslistermijn van één jaar geen rechtvaardiging vormt voor toewijzing van het verzoek. Een beroep op artikel 10 RWN Pro, dat afwijking van artikel 8 mogelijk Pro maakt in bijzondere gevallen, faalde eveneens. Het verzoek tot naturalisatie van eiser en zijn minderjarige kinderen werd daarom terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard omdat eiser op de peildatum geen verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bezat.