ECLI:NL:RBSHE:2008:BH9604

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
581256
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56 RvArt. 115 RvArt. 119 RvArt. 9 lid 2 BetVoArt. 19 BetVo
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekverlening en bevoegdheid bij consumentenkredietvordering tegen buitenlandse consument

Eiseres, een financiële dienstverlener, vordert betaling van een geldlening en rente van een gedaagde die in België woont. Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waarna de kantonrechter onderzoekt of de dagvaarding rechtsgeldig is betekend volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Europese Betekeningsverordening.

De dagvaarding is op correcte wijze betekend op het adres in België, ondanks dat gedaagde de ontvangst weigerde vanwege taal, wat onterecht was gezien de officiële taal in Vlaanderen Nederlands is. De termijn van vier weken tussen betekening en zitting is gerespecteerd, waardoor verstek wordt verleend.

Vervolgens beoordeelt de kantonrechter ambtshalve zijn bevoegdheid op grond van de Brussel I-Verordening, waarbij wordt overwogen dat gedaagde vermoedelijk consument is en de Nederlandse rechter mogelijk onbevoegd is. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken van eiseres en verdere beslissing.

Uitkomst: Verstek wordt verleend, zaak aangehouden voor nadere stukken en beoordeling bevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector Kanton, locatie Eindhoven
In de zaak van:
de besloten vennootschap Lage Landen Financial Services BV,
gevestigd te Eindhoven,
eiseres,
gemachtigde: GGN Brabant, gerechtsdeurwaarders te Tilburg,
t e g e n :
[gedaagde],
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen het Koninkrijk der Nederlanden, wonende in België, [adres],
gedaagde,
niet verschenen,
heeft de kantonrechter te Eindhoven het navolgende vonnis gewezen.
1. De procedure
1.1. De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken:
* de dagvaarding van 29 juli 2008, met daarbij het certificaat van betekening of kennisgeving dan wel niet-betekening of niet-kennisgeving van stukken, de akte van betekening – uitreiking van 6 augustus 2008 en de raadpleging rijksregister.
1.2. Gedaagde is niet verschenen.
1.3. De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het geschil
2.1. Eiseres vordert van gedaagde betaling van een bedrag van € 2.639,09, ter zake hoofdsom en rente. Voorts vordert eiseres betaling van kosten, zoals bij dagvaarding gesteld.
2.2. Aan haar vordering legt eiseres ten grondslag dat zij met gedaagde op 17 november 2006 een geldleningsovereenkomst heeft gesloten, waarbij gedaagde op verschillende tijdstippen geldsommen bij de bank kon opnemen, voor zover het uitstaand saldo de tussen partijen overeengekomen kredietlimiet niet zou overschrijden. Op deze overeenkomst zijn de bepalingen van de Wet op het Consumentenkrediet van toepassing. Uit hoofde van deze overeenkomst is gedaagde een bedrag van € 2.307,12 verschuldigd aan eiseres. Ook na aanmaning weigert gedaagde dit bedrag te betalen. Ook de vertragingsrente van 20 juni 2007 tot 28 juli 2008 ten bedrage van € 331,97 wordt verhaald op gedaagde.
3. De beoordeling
Verstekverlening?
3.1.1. Allereerst zal worden bezien of de betekening van de dagvaarding met inachtneming van de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna Rv), in het bijzonder artikel 56 Rv Pro en de Verordening 1348/2000 (EG), zijnde de zogenaamde Betekeningsverordening 2000 (hierna BetVo), opgenomen regels heeft plaatsgevonden.
3.1.2. De dagvaardingstermijn bedraagt ingevolge artikel 115 lid 1 Rv Pro vier weken. Krachtens artikel 56 lid 2 onder Pro a jo lid 3 eerste zin Rv moet de datum van verzending door de als verzendende instantie optredende deurwaarder in aanmerking worden genomen als datum van betekening. Deze bijzondere regel ten aanzien van het moment waarop ten behoeve van de aanvrager de betekeningtermijn moet worden geacht te zijn gestart wordt toegestaan door artikel 9 lid 2 BetVo Pro.
Derhalve heeft als datum van betekening als bedoeld in artikel 115 Rv Pro te gelden 29 juli 2008, zodat, conform artikel 119 lid 1 Rv Pro rekenend vanaf de dag volgende op die der verzending, tot de datum van de zitting waartegen is gedagvaard – welke ingevolge artikel 119 lid 2 Rv Pro niet meetelt – te weten 18 september 2008, meer dan vier weken is verstreken.
3.1.3. Uit de aan de dagvaarding gehechte stukken blijkt voorts dat de dagvaarding op het woonadres van [gedaagde] aan de [adres] is achtergelaten op 6 augustus 2008 door de ontvangende instantie, gerechtsdeurwaarder Marc Beerten te Antwerpen (België) met inachtneming van artikel 38 paragraaf Pro van het (Belgisch) Gerechtelijk Wetboek. Dit nadat [gedaagde] met een beroep op artikel 8 lid 1 BetVo Pro op dezelfde dag had geweigerd de dagvaarding in ontvangst te nemen in verband met de gebruikte taal.
3.1.4. De kantonrechter is er ambtshalve mee bekend dat in Antwerpen, liggend in het Gewest Vlaanderen Nederlands de officiële taal is, zodat [gedaagde] niet de bevoegdheid toekwam op de voet van artikel 8 lid 1 BetVo Pro de in ontvangstname van een in de Nederlandse taal gestelde dagvaarding te weigeren.
3.1.5. Nu voorts de deurwaarder bij [gedaagde] een afschrift heeft achtergelaten als in onderdeel 3.1.3 omschreven; dit geschied is op 6 augustus 2008 en [gedaagde] is opgeroepen te verschijnen tegen de zitting van 18 september 2008, moet de kennisgeving als zodanig tijdig geschied worden aangemerkt als bedoeld in artikel 19 lid Pro 1, slotzin BetVo, dat [gedaagde] gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.
3.1.6. Nu zowel aan artikel 56 Rv Pro jo 115 Rv jo 119 Rv als aan artikel 19 BetVo Pro is voldaan, zal, nu de dagvaarding voorts aan alle formaliteiten voldoet, tegen [gedaagde] verstek worden verleend.
Bevoegdheid?
3.2. Nu gedaagde voorts woonachtig is op het grondgebied van een andere lidstaat dan Nederland en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, dient vervolgens de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van deze vordering kennis te nemen.
Aangezien de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, de zogenaamde Brussel I –Vo (hierna te noemen EEX-Vo) verbindend is en rechtstreeks toepasselijk is in de lidstaten van de Europese Unie en Nederland en België beide lidstaat zijn van de Europese Unie, dient de rechterlijke bevoegdheid beoordeeld te worden op basis van deze verordening.
3.2. Ingevolge de EEX- Vo, afdeling 4, gelden bijzondere regels ten aanzien van de bevoegdheid voor bijzondere door consumenten gesloten overeenkomsten, als in artikel 15 EEX Pro-Vo nader omschreven. Voorshands lijkt [gedaagde] in ieder geval een consument als door artikel 15 EEX Pro-Vo bedoeld, nu eiseres zelve de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) van toepassing acht.
Of op grond van artikel 15, lid 1 sub b EEX-Vo juncto artikel 16 lid 2 EEX Pro-Vo de onderhavige rechtsvordering slechts kan worden gebracht voor het gerecht van de lidstaat waar [gedaagde], de consument, woonplaats heeft, zodat de kantonrechter niet bevoegd is tot oordelen, moet nader worden onderzocht. Hetzelfde geldt voor de vraag of sprake is van een mogelijke afwijking van artikel 16 EEX Pro-Vo op de voet van artikel 17 EEX Pro-Vo.
De kantonrechter is ambtshalve verplicht zijn bevoegdheid te onderzoeken.
3.3. De kantonrechter verwacht dat eiseres ter zake duidelijkheid kan verschaffen door overlegging van de geldleningovereenkomst en de daarbij horende gestelde algemene voorwaarden, en eventueel andere stukken die eiseres voor een beoordeling van belang acht.
Aldus wordt tevens de kantonrechter in de gelegenheid gesteld zijn ambtshalve taak in het kader van de WCK uit te oefenen.
3.4. Indien – zoals voorshands aangenomen – [gedaagde] een consument blijkt te zijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub d van Pro Verordening nr (EG) 805/2004 tot invoering van een Europese Executoriale titel voor niet betwiste vorderingen (hierna EET-Vo), dan zal in ieder geval een eventueel verstekvonnis, indien de kantonrechter bevoegd blijkt te zijn, niet van een EET-waarmerk kunnen worden voorzien. Een dergelijk verstrekvonnis is immers alsdan niet afgegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar.
3.5. De zaak zal worden verwezen naar de rol voor akte zijdens eiseres.
3.6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4. De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaal naar de rol van donderdag 30 oktober 2008 voor akte overlegging producties;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en op donderdag, 16 oktober 2008 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.