ECLI:NL:RBSHE:2009:BH9676
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij geldleningsovereenkomst met toepasselijkheid WCK
In deze zaak staat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter centraal op grond van artikel 17 van Pro Verordening (EG) nr. 44/2001 (Brussel I). De eiseres, een Nederlandse financiële dienstverlener, vordert betaling van een geldlening van een Belgische gedaagde die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst woonachtig was in Nederland.
De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst in november 2006 in Nederland is gesloten, waarbij zowel de consument als de kredietgever hun woonplaats in Nederland hadden. De toepasselijkheid van de Wet op het consumentenkrediet (WCK) wordt bevestigd, en de algemene voorwaarden bevatten een rechtskeuze voor Nederlands recht en de Nederlandse rechter.
De kantonrechter acht zich bevoegd het geschil te behandelen en wijst erop dat de eiseres nog niet de vereiste ingebrekestelling en betalingsspecificaties heeft overgelegd. Daarom wordt de zaak aangehouden en verwezen naar een volgende rolzitting voor het aanleveren van deze stukken.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd maar houdt verdere beslissing aan totdat de eiseres de ontbrekende ingebrekestelling en betalingsspecificaties overlegt.