ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ1659
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering schadevergoeding wegens vermeende mishandeling en nekhernia afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser stelt dat hij op 21 september 2003 door gedaagde is mishandeld, waarbij hij een nekhernia heeft opgelopen die tot beperkingen en schade leidt. Hij vordert een schadevergoeding van EUR 50.000,-. Gedaagde betwist de toedracht van de schermutseling.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eiser zijn stelplicht omtrent de toedracht heeft voldaan, niet vaststaat dat de mishandeling heeft plaatsgevonden zoals gesteld. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat eiser daadwerkelijk een nekhernia heeft en dat deze het gevolg is van het incident. De medische stukken en het advies van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven bieden onvoldoende bewijs voor het causaal verband.
Om proceseconomische redenen wijst de rechtbank de vordering niet direct af, maar geeft eiser gelegenheid om aanvullende stukken en een nadere akte in te dienen ter onderbouwing van zijn schade en het causaal verband. De zaak wordt aangehouden tot 15 juli 2009 voor deze aanvulling.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wordt aangehouden voor nadere onderbouwing wegens onvoldoende bewijs van nekhernia en causaal verband.