ECLI:NL:GHSHE:2012:BV6792
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende bewijs mishandeling en causale verband nekhernia
In deze civiele zaak vordert appellant schadevergoeding wegens mishandeling door geïntimeerde, waarbij appellant stelt een nekhernia te hebben opgelopen met blijvende klachten. De mishandeling zou hebben plaatsgevonden op 21 september 2003.
De rechtbank wees de vordering af omdat appellant onvoldoende concrete en feitelijk onderbouwde stellingen had gedaan over het letsel, het causaal verband en de schade. De medische stukken lieten niet duidelijk zien dat appellant vóór het incident geen nekklachten had, noch dat de nekhernia door de mishandeling was veroorzaakt. Ook de neuroloog kon het causale verband niet met zekerheid vaststellen.
In hoger beroep handhaafde het hof deze beoordeling. Het hof oordeelde dat de overgelegde medische stukken onvoldoende waren om het ontbreken van nekklachten voorafgaand aan het incident aan te tonen. Daarnaast was het causaal verband tussen de mishandeling en de nekhernia niet aannemelijk gemaakt. Het hof wees ook op het ontbreken van nadere onderbouwing van de aard en ernst van de klachten en het beloop daarvan. De grieven van appellant faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van mishandeling en causale verband.