ECLI:NL:RBSHE:2009:BK2264
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake monumenten- en bouwvergunning voor gemeentelijk monument
Verzoekers, eigenaren van een gemeentelijk monument, hadden vergunningen aangevraagd voor verbouwing van hun woning, waaronder een monumenten- en een bouwvergunning. De monumentenvergunning werd verleend op basis van de Monumentenverordening ’s-Hertogenbosch 2002, maar artikel 6, tiende lid, tweede en derde volzin van deze verordening werd door de rechtbank onverbindend verklaard wegens strijd met artikel 112, tweede lid, van de Grondwet.
Verzoekers hadden bezwaar gemaakt tegen de monumentenvergunning en verzochten de voorzieningenrechter om de schorsende werking van het bezwaar op te heffen, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechtsgang die de verordening creëerde niet door de gemeenteraad kon worden vastgesteld. Ten aanzien van de bouwvergunning stelde een derde belanghebbende dat deze onterecht was verleend vanwege strijdigheden met het Bouwbesluit en het ontbreken van een onherroepelijke monumentenvergunning.
De rechtbank oordeelde dat het college de bouwvergunning terecht had verleend omdat de gestelde strijdigheden met het Bouwbesluit onder de regeling vielen waarbij bepaalde gegevens later mochten worden aangeleverd. Ook was de monumentenvergunning feitelijk verleend en hoefde deze niet onherroepelijk te zijn bij het verlenen van de bouwvergunning. Het verzoek tot schorsing van de bouwvergunning werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing schorsende werking monumentenvergunning niet-ontvankelijk; verzoek tot schorsing bouwvergunning afgewezen.