ECLI:NL:RBSHE:2009:CA1633
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf ondanks beroep op overgangsrecht Koppelingswet
Eiser, van Turkse nationaliteit, werkte sinds 1997 in Nederland en vroeg na ontslag in januari 2008 een WW-uitkering aan. Verweerder weigerde de uitkering omdat uit de GBA bleek dat eiser sinds 25 april 2007 geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Eiser stelde dat hij in afwachting was van een beslissing op zijn beroepschrift en dat het verblijf als rechtmatig moest worden aangemerkt op grond van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 3, derde lid, van de Werkloosheidswet (WW) vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf niet als werknemer worden beschouwd en dus geen recht op uitkering hebben. De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 25 april 2007 een code 98 in het GBA had, wat betekent dat hij geen verblijfstitel meer had. Het overgangsrecht van de Koppelingswet, dat uitzonderingen maakt voor personen die op 1 juli 1998 in afwachting waren van een definitieve verblijfsvergunning, was niet van toepassing omdat eiser sinds april 2007 geen rechtmatig verblijf meer had.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet als werknemer in de zin van de WW kon worden aangemerkt en dat de weigering van de WW-uitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat hij sinds 25 april 2007 geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft.